In 2014 nieuwe classificatie voor het handbiken

Delen
De handbikecompetitie  kent anno 2013 vier klassen: H1, H2, H3 en H4 (en ook nog de Open klasse voor valide handbikers). Maar die indeling gaat per 1 januari 2014 veranderen. Vanaf 2014 zullen er vijf klassen zijn. Classifier Kees van Breukelen legt uit wat er verandert en waarom het nieuwe systeem ondanks enkele nadelen in sportief opzicht toch eerlijker is.

Huidige situatie

De verschillende klassen reflecteren de functionele mogelijkheden van de atleet: hoe hoger het getal van een klasse, des te meer functionele mogelijkheden de atleet heeft. Wat minder bekend is, is dat zowel de H1- als de H2-klasse onderverdeel worden in een H1.1- en H1.2- klasse (H1) en in een H2.1- en H2.2-klasse (H2).

H1

De H1 (H1.1 en H1.2) kun je wel de quad-klasse noemen: je vindt er atleten die, naast motorische problemen aan benen en romp, k motorische problemen ervaren in de armen of in de verbinding van de armen aan de romp. H1.1-atleten hebben beperkte of geen strekmogelijkheden van hun armen. Alleen in het Europees Handbikecircuit (EHC) worden de H1.1- en H1.2-klassen afzonderlijk gehonoreerd voor hun prestatie.

H2

De H2-atleten missen doorgaans een beenfunctie en hebben geen of een beperkte rompfunctie. De armen en handen zijn doorgaans goed. Ook de H2-klasse wordt opgedeeld in een 2.1- en 2.2-klasse, maar alleen op papier. Er is, anno 2013, geen enkele nationale of internationale handbikewedstrijd waarin de prestaties van H2.1- en H2.2- atleten afzonderlijk worden gehonoreerd.

De meeste H2-atleten wten niet eens of ze een H2.1-atleet of een H2.2-atleet zijn. Grofweg is er geen functioneel onderscheid tussen de twee H2-subgroepen, maar een min of meer specifiek onderscheid in laesiehoogte met een daarbij behorende verstoring van de hartregulatie. H2.1: thoracaal 1-3 laesiehoogte, H2.2: thoracaal 4-10 laesiehoogte. De 2.1-groep heeft als groep een hartregulatie-problematiek en de 2.2 heeft als groep deze problematiek niet. Als groep, want op individueel niveau kan dit afwijken; dat heeft dan vooral te maken met de aard van de laesie: compleet of incompleet. De 2.2-groep heeft nog een beperkte connectie van de romp met het bekken.

H3

De H3-atletengroep heeft (veel) meer functionele mogelijkheden van de romp, maar geen (of zeer beperkte) functie van de benen: de connectie van de benen aan de romp is (bijna) geheel afwezig.

H4

De H4-klasse tenslotte heeft een beperkte beenfunctie bijvoorbeeld na een amputatie maar beschikt wel over de functionele mogelijkheden van armen, romp en de connectie tussen benen en romp, zodat ze effectief gebruik kunnen maken van de kneeseat handbike (de kniezitter) die nu voor de H4-klasse verplicht is.

Wat gaat er per 1 januari 2014 veranderen?

Het onderscheid tussen 1.1 en 1.2 en tussen 2.1.en 2.2 is destijds gemaakt met het oog op een toekomstige herschikking van de klassen. Welnu, die toekomst breekt aan op 1 januari 2014. Vanaf 2014 verlaat de 1.2-groep de H1-klasse. H1 bestaat dan uitsluitend uit 1.1-atleten. De 1.2-groep gaat samen met de 2.1-groep de H2-klasse vormen. En de 2.2? Die groep atleten wordt de nieuwe H3-klasse. En zo schuiven ook de overige klassen op in naamgeving: de oude H3-klasse gaat H4 heten en de oude H4-klasse de kniezitters - H5. In feite wordt er dus n extra klasse gevormd, zodat we vanaf 2014 vijf handbike-klassen hebben in plaats van vier.

Voordelen

Een extra klasse betekent in feite dat er een verfijnder onderscheid wordt gemaakt tussen de functionele capaciteiten van de handbike-atleten. Dat is winst. Anderzijds, te veel klassen is een aanfluiting voor de rolstoelsport: je maakt bijvoorbeeld in het valide judo ook niet per 5 kg een nieuwe gewichtsklasse. Maar vijf klassen in het handbiken is prima en gerechtvaardigd!

Een ander groot voordeel van de nieuwe indeling is het feit dat eindelijk gehonoreerd wordt dat atleten met (zeer) beperkte armstrekmogelijkheden (H1.1) met elkaar strijden om de winst en niet tegen atleten die (veel) meer armstrekmogelijkheid hebben. De duwfunctie in het handbiken is immers zr bepalend voor de performance, omdat de duwfase de helft van de aandrijfcyclus beslaat. Tot nu toe konden deze atleten nooit winnen en dus waren ze niet te vinden op nationale en internationale kampioenschappen: zij werden niet uitgedaagd tot een sportcarrire, want de H1.2-atleten wonnen altijd.

Dan de H2. De ongelijkheid in deze klasse betrof het feit dat atleten met een verstoorde hartregulatie het moesten opnemen tegen atleten met een normale hartregulatie. Wanneer je hartslag maar beperkt omhoog kan, ben je in het nadeel ten opzichte van atleten bij wie die hartslag maximaal kan zijn. Ook al past het lichaam zich aan door het slagvolume te vergroten, de potentile fysiologische ongelijkheid blijft. De nieuwe indeling, waarbij H2.1 en H2.2 gescheiden worden, komt meer tegemoet aan deze problematiek. De potentile ongelijkheid neemt af en dat is natuurlijk goed.

Nadelen

Heeft de nieuwe indeling ook nadelen? Ja, helaas. Zie een handbike-klasse als een bak met atleten. Al deze atleten hebben gemiddeld dezelfde functionele mogelijkheden, maar er zijn natuurlijk individuele verschillen. Zit je onder het gemiddelde dan is dat ongunstiger voor je dan wanneer je boven het groepsgemiddelde zit. In de nieuwe classificatie vormen de 1.2-atleten bij de 2.1-atleten samen de nieuwe H2-klasse. De 1.2-atleten hebben soms een verminderde arm/handmotoriek en soms een niet geheel intacte connectie van de arm aan de romp. Toch gaan ze, in 2014, samen met de 2.1-atleten die gn verstoorde arm/handmotoriek hebben en wel een volledige connectie van de arm aan de romp. Hier doet zich dus, nog steeds, een ongelijkheid voor. Waarschijnlijk is deze ongelijkheid minder groot dan het huidige verschil  tussen 1.1 en 1.2, maar het blijft een ongelijkheid. Op de grensvlakken van klassen - en niet alleen bij de handbikeclassificatie - vinden we die ongelijkheden ook terug. De ene atleet heeft het maximale aan bewegingspotentieel voor die klasse en heeft mazzel. De ander heeft nog nt iets meer motorische capaciteit en valt dan in de volgende klasse en zal moeten strijden tegen atleten met meer functionele mogelijkheden.

Eerlijker

Classificatie is geen statisch, maar een dynamisch proces. Wanneer de sport evolueert, moet het classificatiesysteem mee evolueren om tegemoet te komen aan een zo groot mogelijke fairness in de sport. Ik zie het nieuwe handbikeclassificatiesysteem van 2014 als een stap voorwaarts in de evolutie van onze prachtige handbikesport.

Drs. Kees van Breukelen is rolstoelsport-classifier voor Handbiken, Wheelchairrugby en Rolstoelbasketbal

door

 

Reageer op deze column

Uitgelicht

uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners

Partners

uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners