H5 en/of H4? That's the question

De invloed van een 'gesloten keten' bij handbiken

Delen
De invloed van een
Handbiken is een steeds populairdere sport, zowel in Nederland als internationaal. Er is een grote diversiteit binnen de handbikers; van jong tot oud, van recreatief tot topsport, en iedereen heeft een andere beperking. Om de wedstrijden zo eerlijk mogelijk te laten verlopen, is er een classificatiesysteem ontwikkeld (zie ook Classificatie voor handbikers 2016 door Kees van Breukelen op handbiken.nl).
 

Gesloten keten

Het idee van classificatie is dat je in een klasse wordt ingedeeld op basis van je beperking en de invloed van je beperking op het handbiken. Als je kijkt naar de classificatie bij grote internationale toernooien, dan speelt op dit moment het handbike-type ook nog een rol; alle atleten met een kniezitter worden automatisch geclassificeerd als H5, en alle atleten die niet in een kniezitter fietsen, zijn H1 t/m H4. Maar is dit wel het meest eerlijk? Je kunt natuurlijk best op basis van je beperking worden geclassificeerd als H4 en dan in een kniezitter fietsen. Ben je dan H4 of H5? Andersom is het zo dat atleten op basis van hun beperking kunnen worden geclassificeerd als H5, maar in een ligger fietsen. Zijn die dan H4 of H5? De gedachte is dat H5-atleten goed of gedeeltelijk een gesloten keten kunnen maken, omdat ze zich kunnen schrap zetten tegen de voetsteunen. Dit zou dus een voordeel kunnen zijn. Met dit onderzoek wilden we twee dingen onderzoeken: kijken óf en zo ja, hoeveel voordeel H4-atleten hebben van een kniezitter ten opzichte van een ligger. En wat het verschil is in prestatie in een ligger als je een gesloten keten kunt maken (H5-atleten) ten opzichte van als je dat niet kunt (H4-atleten).


 

Sprinten in het lab

Om dit te onderzoeken hebben we sprinttesten uitgevoerd in het onderzoekslaboratorium in Reade, Amsterdam. We hebben hierbij het vermogen gemeten tijdens een korte sprint van 20 seconden in de handbike. Vijf H4-atleten hebben hier aan meegewerkt. Zij hebben de sprinttest uitgevoerd in een kniezitter en in een ligger. We hebben vervolgens onderzocht wat het verschil was in vermogen tussen de twee handbikes. Daarnaast hebben er tien studenten meegewerkt aan de tests. Zij hebben diezelfde sprinttest uitgevoerd in een ligger in drie verschillende condities: met volledige voetondersteuning, met ondersteuning van één been, en zonder voetsteun. Daarnaast hebben ze diezelfde test ook nog uitgevoerd in een kniezitter.
 

Resultaten

De belangrijkste resultaten van dit onderzoek waren dat de H4-atleten gemiddeld meer vermogen leverden in de kniezitter ten opzichte van de ligger. Ze hadden tijdens deze korte sprint dus een voordeel van de kniezitter. Daarnaast konden de studenten meer vermogen leveren in de ligger met voetsteun ten opzichte van zonder voetsteun. Hieruit kun je concluderen dat H5-atleten (met gesloten keten) in een ligger voordeel hebben ten opzichte van H4-atleten (zonder gesloten keten). Bovendien was het zo dat de studenten ook meer vermogen konden leveren in de kniezitter ten opzichte van de ligger (met gesloten keten). Deze verbetering in vermogen was groter dan bij de H4-atleten. Een (voorzichtige) conclusie die je hieruit kunt trekken is dat H5-atleten meer voordeel lijken te hebben van een kniezitter dan H4-atleten. Op basis van deze bevindingen kun je zeggen dat classificatie op basis van de beperking het meest eerlijk lijkt, en dat handbike-type geen rol zou mogen spelen.

 

Tekst: Ingrid Kouwijzer, onderzoekster bij Casa Reade
 

Zie ook het Stroomschema voor handbikeclassificatie (pdf)
24-09-2016

Uitgelicht

uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners

Partners

uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners uitgelicht en partners