Wat betekent het classificatie-onderzoek van Rafael Muchaxo voor de praktijk?

Zo kan de classificatie voor handbikers verbeteren

De recent door Handbiken.nl gepubliceerde onderzoeksresultaten van promovendus Rafael Muchaxo worden hopelijk opgepakt door de UCI. Dat betekent dat een hernieuwde, verbeterde classificatie van handbikers in de nabije toekomst.geïmplementeerd gaat worden. Bedankt Rafael! Door onze gesprekken en als deelnemer aan je Delphi-studie ben ik je inzet, betrokkenheid en scherpe analyses erg gaan waarderen. Handcycling-classificatie is zelf al geen makkelijk onderwerp en verbeteringen bewerkstelligen is nog veel lastiger….


De resultaten van de research door Rafael Muchaxo bevestigen een aantal vooronderstellingen die veel classifiers al een tijd hebben. In dit artikel vind je een aantal aanbevelingen om tot verbetering te komen van het huidige classificatiesysteem van de UCI (en dus ook van de KNWU en grotendeels van de HandbikeBattle). Deze aanbevelingen zijn gebaseerd op drie gelegitimeerde informatiebronnen: (a) de onderzoeksresultaten van Rafael, (b) ‘expert opinion’ van handbikeclassifiers én (c) de opinie van internationale competitiehandbikers zelf. Let wel: het zijn aanbevelingen en ze gelden dus niet bij de classificatie van handbikers anno 2022.


Klasse H1 versus H2

Jazeker, de kracht van de Biceps en Triceps doet ertoe. Eigenlijk is deze constatering een open deur.. Het Tricepscriterium (al dan niet aanwezige Tricepsfunctie én de mate waarin) vormt dan ook het belangrijkste verschil tussen de klassen H1 en H2.


Aanbeveling: De differentiatie tussen H1 en H2 zou verfijnd moeten worden door niet alleen de Tricepsfunctie als criterium te nemen, maar óók de functie van de Latissimus (grote rugspier), van de Pectoralis (grote borstspier) en van de Deltoïdeus (schouderspier). Dat is bij de classificatie voor Wheelchair Rugby al gangbaar. Deze spiergroepen zijn, naast de Triceps, belangrijk in de aandrijving van de handbike (en van de rolstoel in het rugbby). De Latissimus- en de (sternale) Pectoralisfunctie is gelieerd aan de Tricepsfunctie, omdat deze drie spiergroepen vanaf dezelfde wervelkolom/ruggenmerghoogte hun zenuwaansturing hebben. Bij de classificatie voor de HandbikeBattle wordt dit reeds toegepast. 92% van de respondenten in de Delphi-studie van Rafael geeft dit óók aan: deze schouder/rug/borstspieren dienen in de classificatie opgenomen te worden.



Klasse H2 versus H3

Voor de handfunctie moet je onderscheid maken tussen polsfunctie en vingerfunctie. Sporters met een stabiele pols hebben doorgaans óók een niet aangedane Tricepsfunctie: dat weten we uit de Wheelchair Rugby-classificatie van atleten met een complete dwarslaesie. Andersom geldt ook: wanneer de atleet met een dwarslaesie geen of sterk verminderde spierkracht heeft om de pols te buigen, dan heeft hij doorgaans óók verminderde Tricepsfunctie. Ook dat te maken met de zenuwaansturing van polsbuigers en armstrekkers (triceps). De betreffende zenuwen van beide spieren/spiergroepen verlaten grotendeels op dezelfde wervelkolomhoogte het ruggenmerg.

 
Aanbeveling: handbikers met geen of sterk verminderde vingerfunctie, maar met stabiele polsfunctie en normale Tricepsfunctie zouden volgens ons moeten ‘opschuiven’ en H3-handbikers moeten worden. Om twee redenen: (1) Het zijn nu de atleten met niet-aangedane Triceps, die altijd op het podium staan in de H2. Is je Tricepsfunctie wél aangedaan en ben je in de H2 geclassificeerd, dan kun je een internationale carrière in het handbiken wel vergeten - je hebt (natuurlijk) geen kans tegen atleten mét volledige Tricepsfunctie. (2) Mits de pols stabiel is, kan de aangedane vingerfunctie gecompenseerd worden door een goede handschoen en/of strapping die je vingers helpt buigen en helpt het handvat te omsluiten zodat het duwen, maar óók het trekken effectief kan geschieden. De stabiele pols, gecombineerd met volledige Tricepsfunctie, is (veel) belangrijker voor de handbike-aandrijving dan de aangedane vinger-functie. Bij deze voorgestelde wijziging (atleten met stabiele polsfunctie en complete Triceps van de H2 naar de H3) wordt de H2 klasse homogener en bevat dan atleten met uiteraard een betere Tricepsfunctie dan die in de H1 maar wél met nog steeds áángedane Tricepsfunctie.

 
Ja, mogelijk hebben de atleten met stabiele pols en goede Triceps en aangedane vingerfunctie, wanneer zij in de H3 geplaatst worden, een nadeel ten opzichte van  degene in de H3 met gewoon goede vingerfunctie, maar… dit verschil is echt veel kleiner dan wat er nu plaatsvindt in de H2. Het merendeel van de respondenten in de Delphi-studie is dezelfde mening toegedaan.


Bedenk ook dat voor dezelfde gezamenlijke groep atleten, H1 en H2, in Wheelchair Rugby maar liefst 7 klassen zijn. In Handbiken is, met slecht twee klassen voor hen, de zogenaamde ‘range of activity limitation’ dus veel groter. Zit je ‘bovenaan’ in de H1 en ben je, op grond van je Tricepsfunctie, nog nét geen H2, dan ben je spekkoper. Zit je ‘bovenaan’ in de H2 dan ben je, in de huidige classificatie, met volledige Tricepsfunctie, spekkoper in deze klasse. Verdere onderverdeling van de H1 en H2 zal er echter (gezien het totaal aantal klassen) niet inzitten, en dus moeten we naar een zo eerlijk mogelijke verdeling tussen H1 en H2 enerzijds en tussen H2 en H3 anderzijds. Bovenstaande aanbevelingen pretenderen dat.


Klasse H3 versus H4

Jazeker doet de buikspierfunctie ertoe, zoals ook het onderzoek van Rafael aangeeft. Vooral bij de sprint en bij het klimmen. Dat er evenwel geen groot verschil en veel overlap gevonden wordt bij de individuele time trials heeft er zeker mee te maken dat de huidige classificatie geen rekening houdt met het verschil tussen H3.1 en H3.2 die samen de H3 vormen. Jaren geleden wel, maar dit onderscheid is overboord gegooid door de UCI. De (nationale) HandbikeBattle classificatie hanteert dit onderscheid wél. H3.1 handbikers zijn degenen die géén buikspieren hebben/geen rompfunctie. De H3.2 vertegenwoordigt handbikers die een gedeeltelijke rompfunctie hebben.

 
Aanbeveling: de nieuwe H3 klasse moet de klasse worden voor uitsluitend atleten zónder rompfunctie: de H3.1 handbikers. Handbikers die nu geclassificeerd worden met gedeeltelijke rompfunctie (H3.2) zouden deel moeten gaan uitmaken van de H4 klasse. Momenteel zijn de H3.1 handbikers echt in het nadeel: na elke bocht in het parcours kunnen zij minder snel optrekken/accelereren dan de handbikers met gedeeltelijke of volledig rompfunctie. Zij missen immers de connectie tussen schoudergordel en romp en zijn geheel aangewezen op de goede ‘set-up’ in de handbike en adequate strapping. Adequate ‘set-up’ en strapping kunnen echter niet het gebrek aan connectie tussen schoudergordel en romp compenseren. Onderzoek van Rafael geeft ook aan dat H3.1 handbikers maar liefst 100 Newton mínder hard kunnen ‘trekken’ dan H3.2/H4 handbikers. De H4 klasse bevat dan, volgens onze aanbeveling, handbikers met gedeeltelijke of volledige rompfunctie en vormt daarmee nog steeds een homogene groep handbikers, omdat het verschil tussen H3.2 en H4 niet heel groot is. Het verschil tussen H3.1 en H3.2 is echt groter dan het verschil tussen H3.2 en H4 en hernieuwd onderzoek zou dan zeer waarschijnlijk aantonen dat er wél degelijk statistisch verschil is tussen H3 (dan dus alleen H3.1) en H4 (dan dus H3.2 en H4 samen). Bijkomend voordeel is dat de H3 groep, dan bestaande uit slechts H3.1 handbikers, ook veel homogener is wat fysiologische factoren betreft zoals een verstoorde hartregulatie. Alhoewel dit laatste geen deel uitmaakt van de (biomechanische) classificatie, speelt dit wel degelijk een rol bij maximale inspanning. De H4 klasse zou vervolgens uitsluitend handbikers moeten bevatten die géén gesloten keten kunnen maken (zie hieronder H4 versus H5).


H4 versus H5

De handbiker die voldoende motorische functie heeft om de kniezitpositie aan te nemen en vanuit die positie de handbike kan aandrijven zonder grote romp-problemen, moet volgens de huidige regelgeving van de UCI gebruik maken van de kniezithandbike en is daarmee direct een H5 handbiker. ‘Functie-criterium’ en ‘equipment’ zijn hier met elkaar verweven.


Aanbeveling: ‘Functie-criterium’ en ‘equipment’ moeten van elkaar gescheiden worden. Het motorisch potentieel van de handbiker moet, conform de classificatiecode van het International Paralympic Committee (IPC), leidend zijn bij het bepalen van de klasse en de handbiker zou niet gedwongen moeten worden van een bepaald type handbike gebruik te maken.

 
Het wel of niet kunnen maken van een gesloten keten (het wel of niet af kunnen zetten met de benen/voeten tegen de voetsteunen van de lighandbike) zou het onderscheid moeten zijn tussen H4 en H5 in plaats van het huidige functie- en equipmentcriterium. Kun je in de lighandbike geen gesloten keten maken met allebei de benen: dan H4. Kun je wel een gesloten keten maken met één of twee benen: dan H5. Jaren geleden (2016) heeft onderzoek van Ingrid Kouwijzer reeds aangegeven hoe belangrijk het kunnen maken van zo’n gesloten keten is: 10% winst gedurende de wedstrijd en maar liefst 25% winst in de sprint! En dit onderzoekresultaat is nu nog eens bevestigd door de research van Rafael.


Type handbike in H4 en H5

De classificatietheorie (IPC classificatie code) schrijft duidelijk voor dat ‘equipment’ geen rol mag spelen in classificatie. Equipment is immers geen ‘classifiable construct’. Alléén het in kaart brengen van het motorisch potentieel van de handbiker om te handbiken is van belang in classificatie. Er zou dan ook geen onderscheid gemaakt moeten worden tussen een ‘lig’ handbike (recumbent/Arm-Power) en een ‘knie-zitter’ handbike (Arm-Trunk-Power). 


Wil een als H4 geclassificeerde handbiker gebruik maken van een kniezitter? Prima! Hij of zij blijft dan wél gewoon H4. Wil een als H5 geclassificeerde handbiker gebruik maken van een lighandbike? Prima! Hij of zij blijft dan wél gewoon H5. De handbiker zou zélf moeten kunnen kiezen of hij een ‘ligger’ of een ‘knieler’ als handbike gebruikt, zonder dat die keuze zijn classificatie beïnvloedt. Classificatie gaat daar niet over. Technische regels van de UCI gaan daar wél over en mijn inschatting is dat het loslaten van het onderscheid tussen beide typen handbikes voor de UCI een stap te ver is... 


Hoe dan ook: het kunnen maken van een gesloten keten is een belangrijk criterium ter onderscheiding tussen H4 en H5 en dat criterium is nog niet opgenomen in de huidige handcycling classificatie. Momenteel bevat de H4 klasse óók handbikers die wél een gesloten keten kunnen maken en deze handbikers zijn dus, evidence based, in het voordeel ten opzichte van hun H4 klassegenoten die dat niet kunnen. Er is geen consensus gevonden in de Delphi-studie voor het wel of niet mogen afzetten van de voeten tegen de voetsteunen in de handbike (en dus wel of niet een gesloten keten kunnen maken). 


Een aantal deelnemers aan de studie opperde dat de voetsteunen zódanig afgesteld moesten worden dat de handbiker er niet tegen kan afzetten. Deze suggestie om niet al je aanwezige motorische functie te mogen inzetten gaat volslagen in tégen de natuur van competitieve sportbeoefening en is voor mij, ex-wedstrijdsporter, bewegingswetenschapper en classifier, een volslagen onbegrijpelijk standpunt! Je zegt tegen een rolstoelbasketbalspeler met één been óók niet dat de voetsteun van de rolstoel verwijderd moet worden om te voorkomen dat hij er met zijn ene been tegen af kan zetten omdat dat niet eerlijk zou zijn jegens de speler met een complete dwarslaesie die óók niet tegen de voetsteun kan afzetten. Nee, de verschillen in motorische capaciteit van het individu worden door classificatie in kaart gebracht en afhankelijk van de impact die dat heeft op het uitvoeren van de sportspecifieke taken wordt de klasse bepaald. Je nivelleert spelers niet door verplicht wel of niet van materiaal gebruik te laten maken.

Voetsteunen van de handbike zijn passieve stukken aluminium en deze verhogen het aanwezige motorisch potentieel van de handbiker niet, maar maken het mogelijk dat de handbiker zijn reeds aanwezig motorisch potentieel optimaal kan benutten: dat is wat élke sporter zou móeten doen: ‘eruit halen wat erin zit’. Er waren in de Delphi-studie ook deelnemers die opperden dat in de H3 degenen met enige rompfunctie (H3.2) verplicht een strapping zouden moeten aanleggen aan romp en handbike om te voorkómen dat zij hun aanwezige rompfunctie zouden inzetten: een stupide suggestie van dezelfde orde!

 
Wheelchair Basketball is ons daarin al 20 jaar geleden vóór gegaan. Destijds werd exact op de classificatiekaart van de basketbalspeler genoteerd welke strapping hij of zij gebruikte. En de keuze daarvan bepaalde je klasse. Tot men zich realiseerde dat strappings gewoon passieve structuren zijn die het alleen maar mogelijk maken dat een basketbalspeler zijn reeds aanwezig motorisch potentieel volledig kan inzetten en benutten tijdens de sportbeoefening! Strapping verhoogt zeker de performance van de basketbalspeler maar verhoogt niet zijn motorisch potentieel. Dat kan helemaal niet want het is een stuk ‘dood’ stof met plastic. Alleen de performance in het veld wordt door het gebruik van strapping effectiever, precies wat competitieve sport beoogt. Na dit inzicht van 20 jaar geleden werd de strapping niet meer genoteerd en mag de atleet zelf bepalen wat hij wel of niet gebruikt aan strapping en dit beïnvloedt níet zijn klasse. Eigenlijk is de atleet ‘dom’ wanneer hij, vanwege het niet gebruiken van strapping, níet al zijn beschikbare functie optimaal kan inzetten tijdens de sportbeoefening. Dat komt dan ook niet meer voor op het huidige internationale basketbal podium!


Een sporter moet al zijn aanwezig motorisch potentieel optimaal inzetten en mag, nee móet, gebruik maken van equipment zoals strapping en voetsteundelen van de rolstoel of handbike. Doet ie dat niet dan maakt hij of zij, terecht, geen kans op een medaille op het internationale wedstrijd podium. Laten we hopen dat de classificatiebeslissers bij de UCI verstandiger zijn dan déze Delphi-deelnemers...


UCI Para-cycling filosofie is achterhaald

Dan is er nog iets wat, logisch, niet in het onderzoek van Rafael aan de orde is gekomen: de UCI Para-cycling filosofie over wie wel en wie niet zou mogen handbiken afgezet tegen cycling met de benen. De UCI hanteert een ‘Para-cycling-continuüm’ met het principe ‘cycling first’: éérst zal een voor Para-cycling eligible bevonden atleet die zich meldt voor deelname aan de internationale Para-cycling competitie, beoordeeld worden op zijn/haar vermogen om wedstrijden te kunnen rijden op een voetaangedreven fiets met twee wielen... Pas wanneer dit écht niet tot de mogelijkheden behoort, zal de sporter worden toegestaan om te handbiken. Naar ons idee is dit, anno 2022, een totaal achterhaalde opstelling. Het zou de sporter zélf moeten zijn die kan kiezen voor hetzij de discipline cycling met de benen, hetzij de discipline handbiken met de armen. 


Het zijn niet alleen twee totaal verschillende vormen van para-cycling, maar daarnaast: waarom wordt dat vóór de sporter bepaald en mag de sporter dat niet zélf bepalen? Classificatie gaat daar helemaal niet over en een internationale federatie als de UCI zou daar óók niet over moeten gaan. Het is de sporter die zélf zijn of haar sportdiscipline kiest en binnen die individuele keuze moet hij of zij dan de betreffende classificatie ondergaan. Anno 2022 wordt het handbikers met een onderbeenamputatie nog, oogluikend, toegestaan te kiezen voor de discipline handbiken. De huidige UCI classificatie-regels zijn echter duidelijk: je mag slechts handbiken wanneer ‘cycling’ (met de benen) niet tot de mogelijkheden behoort. Hoe dat in de toekomst zal uitpakken, of men deze UCI-regels strikt gaat toepassen, blijft vooralsnog gissen.


Tekst: Kees van Breukelen MSc, (Off road) Handbiker/Rolstoelsport classifier voor WB, WR, WH, PCH en Handcycling. Geestelijk vader en pionier van het handbiken in Nederland. Voor vragen over classificatie of over dit artikel kun je contact opnemen met kees@rolstoelperformance.nl.

Illustratie: Lizzy Spoormaker, bewegingstechnoloog bij RD Mobility in Rijswijk

18-07-2022
Overig nieuws

Astrid Oomens droomt van een fietsreis naar Portugal

Geniaal: handbiken met een fietscaravan (+ hulphond + rolstoel)

Ruim 47 kilometer in 1 uur! Bekijk de videobeelden.

Werelduurrecord handbiken weer in handen van Geert Schipper

Hoe moet je trainen voor een goede finishtijd?

Vermogen en finishtijd van de HandbikeBattle

Geannuleerd!

Rooie Zondag 23 oktober, de laatste ronde in de NHC

Tonneke's column

Honger

Snelle race in de Achterhoek

De nieuwe Nederlandse wegkampioenen